Nieuw project

screenshots_2018-09-10-09-22-19Beste volgers,

U heeft al een tijd niets meer van ons gehoord over de lotgevallen van de Van Zuthems en aanverwante families. Dat komt onder meer omdat Johan Ekkel en ik momenteel erg druk zijn met andere werkzaamheden en wij tussen de bedrijven door ook aan een ander geschiedkundig project werken: Oud en Nieuw-viering in Kampen.

Over dat onderwerp zijn we afgelopen jaar al twee keer geïnterviewd en hebben we in november en december in weekblad De Brug al een aantal artikelen geschreven.

Over ‘de nazaten van Hermina’ zijn wij nog niet uitgepraat, integendeel.

Hopelijk vinden Johan en ik binnenkort weer wat tijd om ook op dit blog een nieuw artikel te kunnen laten verschijnen.

Groet,

Jonn van Zuthem

Wie kan ons verder helpen?

groepsfotoOp deze groepsfoto staat op de bovenste rij, tweede van links onze overgrootvader Hendrik van Zuthem (1865-1944). Gelet op de leeftijd van Hendrik zal de foto aan het eind van de 19e eeuw genomen zijn.

Wie herkent personen op deze foto en/of kan ons meer vertellen over dit gezelschap? Is het een groep sigarenmakers die voor dezelfde patroon werkten? Of zijn het, zoals ons eens is verteld, waarschijnlijk leden van de mannenvereniging van de hervormde gemeente van Kampen?

Johan Ekkel en Jonn van Zuthem

 

De kinderen van Hendrik van Zuthem

hendrikenannigje

Hendrik en Annigje

Hendrik van Zuthem is geboren op 19-06-1865 in Kampen, zoon van Herm van Zuthem en Jannetje van der Weerd. Hij is overleden op 11-11-1944 in Apeldoorn, 79 jaar oud. Hij is begraven op 15-11-1944 in Wenum.

Hendrik trouwde, 22 jaar oud, op 24-05-1888 in Kampen met Grietje Bastiaan, 29 jaar oud. Grietje is geboren op 22-05-1859 in Kampen, dochter van Jan Bastiaan en Roelofje Keppel. Grietje is overleden op 20-07-1895 in Kampen, 36 jaar oud.

Kort na het overlijden van Grietje trouwde Hendrik, inmiddels 30 jaar oud, op 10-10-1895 in Kampen met Annigje Meijlink, 22 jaar oud. Annigje is geboren op 23-03-1873 in Kampen, dochter van Harm Meijlink en Woltertje van der Snee. Annigje is dan weduwe van Jan Stephan (1868-1894) met wie zij trouwde op 02-05-1894 in Kampen. Zij is overleden op 11-06-1954 in Apeldoorn, 81 jaar oud en begraven in Wenum.

Kinderen van Hendrik en Grietje Bastiaan:

1 Harm Jan van Zuthem, geboren op 01-09-1888 in Kampen. Harm is overleden op 01-11-1888 in Kampen, 2 maanden oud.

2 Harm Jan van Zuthem, geboren op 16-01-1890 in Kampen. Harm Jan is overleden op 17-11-1955 in Kampen, 65 jaar oud.

3 Roelof van Zuthem, geboren op 20-10-1891 in Kampen. Roelof is overleden op 02-03-1892 in Kampen, 4 maanden oud.

4 Roelofje van Zuthem, geboren op 07-03-1893 in Kampen. Roelofje is overleden op 13-03-1894 in Kampen, 1 jaar oud.

Kinderen van Hendrik en Annigje Meijlink:

5 Harm (Herman) van Zuthem, geboren op 24-09-1896 in Kampen. Herman is overleden op 07-04-1965 in Apeldoorn, 68 jaar oud.

6 Johan van Zuthem, geboren op 09-11-1897 in Kampen. Johan is overleden op 03-02-1983 in Kampen, 85 jaar oud.

7 Wolter van Zuthem, geboren op 24-10-1898 in Kampen. Wolter is overleden op 21-12-1898 in Kampen, 1 maand oud.

8 Woltertje (Wou) van Zuthem, geboren op 12-10-1899 in Kampen. Wou is overleden op 19-06-1994 in Kampen, 94 jaar oud.

9 Jansje van Zuthem, geboren op 02-02-1901 in Kampen. Jans is overleden op 27-10-1977 in Kampen, 76 jaar oud.

10 Hermina Jacoba van Zuthem, geboren op 03-02-1902 in Kampen. Hermina is overleden op 19-12-1902 in Kampen, 10 maanden oud.

11 Harm Jacobus (Ko) van Zuthem, geboren op 20-05-1903 in Kampen. Ko is overleden op 17-01-1978 in Kampen, 74 jaar oud.

12 Kornelis van Zuthem, geboren omstreeks 1905 in IJsselmuiden. Kornelis is overleden op 01-07-1905 in IJsselmuiden, ongeveer een jaar oud.

13 Mina van Zuthem, geboren op 24-05-1906 in IJsselmuiden. Mina is overleden op 17-02-1985 in ’s Hertogenbosch, 78 jaar oud.

14 Maria (Marie) van Zuthem, geboren op 14-06-1907 in IJsselmuiden. Marie is overleden op 03-05-1988 in Sneek, 80 jaar oud.

15 levenloos geboren kind, geboren op 02-08-1908 in Kampen en overleden op 02-08-1908 in Kampen, geen dag oud.

16 levenloos geboren kind, geboren op 04-08-1909 in Kampen en overleden op 04-08-1909 in Kampen, geen dag oud.

17 Anton van Zuthem, geboren op 24-11-1910 in Kampen. Anton is overleden op 25-11-1910 in Kampen, 1 dag oud.

18 Antoon van Zuthem, geboren op 02-02-1912 in Kampen. Antoon is overleden op 04-02-1912 in Kampen, 2 dagen oud.

19 Johanna van Zuthem, geboren op 26-11-1913 in Kampen. Johanna is overleden op 22-01-1914 in Kampen, 1 maand oud.

20 Annie van Zuthem, geboren op 06-04-1915 in Kampen. Annie is overleden op 07-05-1915 in Kampen, 1 maand oud.

Harm

Harm (Herman)

Johan

Johan

Wou

Wou

Jansje

Jansje

Ko

Ko

Mina

Mina

Marie

Marie

(Deze bijdrage is geschreven door Johan Ekkel)

Jan van Zuthem (1778-1833) en Hendrikjen Jacobs Roest (1785-1864), de ouders van Hermina

kamperveenOver de ouders van Hermina van Zuthem, de eigenlijke “stammoeder” van veel van de huidige Van Zuthems in Kampen, is (nog) niet zo heel veel bekend. Hermina was een dochter van Jan van Zuthem en Hendrikjen Jacobs Roest.

Jan van Zuthem werd op 1 februari 1778 geboren in Kamperveen. Hij werd daar op 1 maart 1778 in de kerk aan de Hogeweg gedoopt. Zijn vader Willem was toen nog niet benoemd als schoolmeester, dat gebeurde pas in 1781. Jan groeide dus op in Kamperveen aan de Hogeweg. In zijn jeugd zal hij ongetwijfeld bij zijn vader in de klas hebben gezeten zodat hij enige basisbeginselen van lezen, schrijven en rekenen wel geleerd zal hebben. Overigens zal hij veel mee hebben moeten helpen aan het werk op het land. Alleen Jan en zijn broer Arend (1772-1846) werden volwassen. Zijn andere broers en zussen waren op zeer jonge leeftijd al overleden. Jan en Arend stichtten uiteindelijk ieder een gezin. Ook de nakomelingen van Arend wonen nog steeds in Kampen en omgeving.

Jan van Zuthem trouwde omstreeks 1808, vermoedelijk in Oosterwolde, met Hendrikjen Jacobs Roest. Zij was een dochter van Jacob Gerrits Roest (1754-1806) en Jantjen Reijnders (circa 1755-1827). Hendrikjen is op 5 november 1785 in Oosterwolde gedoopt en is daar ook opgegroeid. Zij heeft tenminste zes broers en zussen gehad.

Het pas getrouwde stel is waarschijnlijk in Oosterwolde gaan wonen. Jan en Hendrikjen laten daar namelijk op 27 januari 1811 hun zoon Willem dopen. Willem is enkele weken daarvoor op 31 december 1810 in diezelfde plaats geboren. Vermoedelijk is Willem al jong gestorven, want er is in de archieven niets over Willem terug te vinden.

In 1811 vinden wij in Oosterwolde nog een levensteken terug van Jan van Zuthem. In de Registres Civiques 1811 van die gemeente staat Jan Willems Sutum ingeschreven. Zoals al eens eerder aangegeven was destijds de schrijfkunst gebrekkig en als het fonetisch klopte dan was het goed. Volgens de Code Civil, het toenmalige burgerlijk wetboek, hadden mannen boven de 21 jaar het recht de leden van de municipaliteit (gemeenteraad) te kiezen. De lijsten van deze stemgerechtigden, de Registres Civiques, werden in het begin van 1811 opgemaakt. Nederland was in 1810 geannexeerd door het Franse Keizerrijk, vandaar de Franse terminologie in met name de bestuurlijke aangelegenheden. Zoals al gezegd, de mannen boven de 21 jaar werden in dit register opgenomen en de toen 23-jarige Jan dus ook. Hij heeft toentertijd daghuurder als beroep opgegeven. De naam zegt het eigenlijk al: een daghuurder was iemand die voor allerlei (boeren) klusjes per dag kon worden ingehuurd. Een onzeker bestaan met een onzeker inkomen. Meestal hadden zij zelf nog wat kleinvee en een klein stukje land om wat groente te verbouwen om zo in de minimale levensbehoeften te voorzien. Een vetpot was het in die roerige Franse tijd zeker niet en dat zal voor Jan en Hendrikjen niet anders geweest zijn.

In 1814 dient zich een tweede kind aan in het huwelijk van Jan en Hendrikjen. Op 20 september 1814 wordt dochter Hermina geboren. Zij wordt kort daarna op 16 oktober in de kerk van Oosterwolde gedoopt. Jaren gaan voorbij en het wordt omtrent Jan en Hendrikje in de archieven erg stil. Het gezin zal zich al die jaren wel hebben opgehouden in de polders rond Oosterwolde en Kamperveen. Bijna twintig jaar later, in 1833, treffen wij weer iets over het gezin aan in het archief van Kamperveen. Helaas betreft dat de overlijdensakte van Jan van Zuthem. Op 29 juli 1833, om vijf uur ’s morgens, blijkt Jan op 55 jarige leeftijd in zijn huis aan de Hogeweg in Kamperveen te zijn overleden. De aangevers hebben het over de leeftijd van 56 jaren maar vanwege de gebrekkige registratie raakte men in die tijd de tel nog wel eens kwijt. Hij was volgens de akte toen landbouwer van beroep. Zijn vrouw Hendrikjen en zijn dochter Hermina blijven dan achter. Zoals al uitgebreid verhaald, zijn Hermina en Hendrikjen in Kampen terecht gekomen waar Hermina in 1835 ongehuwd bevalt van zoon Herm. In 1840 overlijdt Hermina waarna Hendrikjen in Kampen nog enige tijd voor de jonge Herm heeft gezorgd.

Afbeelding: Overlijdensakte Jan van Zuthem, 1833 Kamperveen

Hendrikjen ziet in Kampen haar kleinzoon Herm verder opgroeien in het weeshuis. Ook zijn huwelijk met Jannetje van der Weerd in 1859 maakt zij nog mee, evenals de geboorte van de eerste drie kinderen uit dat huwelijk. Op 13 februari 1864, om 6 uur ’s morgens, overlijdt Hendrikjen op 78 jarige leeftijd in Kampen in haar huis aan de Oudestraat, wijk 4, nummer 498 (gedeelte nabij de Buitenkerk). Ook in haar overlijdensakte zitten de aangevers qua leeftijd er twee jaar naast. Volgens hen was Hendrikjen wel 80 jaar oud geworden. Overigens noemen zij haar dan Hendrika. Hoe het ook zijn mag, Herm van Zuthem heeft vanaf dat moment geen nabije familie meer.

(Dit bericht is geschreven door Johan Ekkel)

Het militaire zakboekje van Johan van Zuthem (1897-1983)

IMG_20150728_0002

Afbeelding: Militair zakboekje Johan van Zuthem, 1917

In de familie bevindt zich nog een militair zakboekje van onze grootvader Johan van Zuthem. Aan de hand van dit zakboekje kan een deel van zijn levenswandel worden beschreven. Net als zijn vader Hendrik van Zuthem (1865-1944), die in 1885 was ingelijfd bij het 5e Regiment Infanterie te Nijmegen, heeft Johan zijn militaire dienstplicht moeten vervullen.

Vanaf 1810, nadat ons land was ingelijfd door het Franse Keizerrijk, kon elke man van 20 jaar en ouder onder de wapenen worden geroepen. In het Koninkrijk der Nederlanden bleef dat systeem van kracht. Johans grootvader Herm van Zuthem (1835-1886) heeft nooit hoeven te dienen, omdat hij was uitgeloot. Niet elke dienstplichtige was namelijk nodig om het leger op sterkte te houden. Als je was ingeloot dan kon je tot 1898 een zogeheten remplaçant inhuren. Veel rijke jongemannen, die geen zin hadden huis en haard in te ruilen voor het verblijf in een kazerne, deden dat. Vanaf 1898 gold de echter de persoonlijke dienstplicht. Voordat een jongeman kon worden opgeroepen, moest hij eerst medisch worden gekeurd. Na goedkeuring kreeg men een nummer en daarmee werd men al dan niet ingeloot.(1)

Johan werd goedgekeurd en werd toegevoegd aan de lichting 1917 van de gemeente Kampen onder nummer 241. In 1917 woedde de Eerste Wereldoorlog volop. Nederland was daarin neutraal, maar er heerste grote spanning hoe de strijd in Europa zou verlopen en of Nederland zijn neutraliteit wel kon behouden. Het zwakke Nederlandse leger was eind juli 1914 in opperste staat van paraatheid gebracht en dat betekende dat veel dienstplichtigen moesten aantreden.(2) En in maart 1917 dus ook Johan. Alles hierover is bijgehouden in zijn goed bewaard gebleven militair zakboekje.

Johan was net als zijn vader Hendrik voorbestemd voor een onderdeel van de Infanterie. Kennelijk was hij bij de keuring goed overgekomen, want hij kon naar één van de garderegimenten. Vanwege zijn lengte, volgens zijn militaire zakboekje 1 meter en 642 millimeter, werd hij ingedeeld bij het garderegiment Jagers. Gelet op de nauwkeurigheid van het meten deed kennelijk elke millimeter ertoe. Hij zei hierover altijd: “de kört’n moss’n noa de Jagers, de lang’n mossen noa de Grenadiers en doarumme moss ik noa de Jagers”.

Johan vZ1

Afbeelding: Johan van Zuthem in zijn groene Jagersuniform, ca 1918

Het Garderegiment Grenadiers en Jagers was in 1829 opgericht door koning Willem I. Zij moesten ‘onder het oog des Konings’, dat wil zeggen: waar de koning regeerde, dienstdoen. In augustus 1830 waren zij de eerste militairen die oog in oog kwamen te staan met de Belgische Opstandelingen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog beveiligden ze Den Haag en ook bij de Duitse inval in mei 1940 verdedigden zij de Hofstad. Het regiment bestond grofweg uit twee typen militairen. De Grenadiers waren vaak groot en sterk. Zij waren oorspronkelijk vooral ingezet voor het gooien van handgranaten. Zij droegen grote berenmutsen die hen moesten beschermen tegen vijandelijke sabelhouwen en hadden aan de voorzijde kleurrijke uniformen waardoor ze al met al nog groter leken. De Jagers waren vaak kleiner van stuk en doorgaans de betere schutters. Hun groene uniformen zorgden voor een goede camouflage en hun geringe lengte kwam daarbij ook van pas. Omdat Grenadiers en Jagers ook dienen als lijfwacht van vorsten en veldheren worden zij ook ‘gardist’ genoemd.(2)

Zo kwam het dat Johan op dinsdag 13 maart 1917 bij het Garderegiment Jagers op de Oranjekazerne in Den Haag werd ingelijfd. In Den Haag resideerde immers Koningin Wilhelmina en zo konden de Grenadiers en Jagers, zoals wij al lazen, ‘onder het oog des Konings’ hun werk doen. De dagen in de Hofstad werden vooral gesleten met oefeningen, wachtlopen, corvee en af en toe een ommetje maken door de stad.

De Oranjekazerne aan de Mauritskade in Den Haag stamt uit 1824. Op 6 maart 1919 brandde deze kazerne geheel uit. Het gebouw, dat toen bijna honderd jaar oud was, had nog een houten constructie en ook lag er veel brandbaar materiaal, waaronder ammunitie. Het blussen was een riskante zaak en er raakten veel brandweerlieden gewond. Johan zal dit zeker van nabij hebben aanschouwd, hij was daar immers nog steeds gelegerd. Het is niet bekend waar hij daarna gelegerd werd, maar waarschijnlijk werd er naar één van de andere Haagse kazernes uitgeweken. Waar de kazerne heeft gestaan, bevindt zich nu het Louis Couperusplein.

Hieronder enkele ansichtkaarten van de Oranjekazerne uit de tijd dat Johan daar was gelegerd.

oranjekazerne2

oranjekazerne5

oranjekazerne6

Na ruim tweeënhalf jaar verliet Johan de militaire dienst. De Eerste Wereldoorlog was inmiddels ten einde. Op 1 oktober 1919 ging hij daarom met ‘klein verlof’. Dit hield in dat hij vrij was om te gaan en staan waar hij wilde, maar dat hij in tijden van nood gemobiliseerd kon worden. Daartoe beschikte de militair over een beperkte uitrusting die hij thuis moest bewaren en diende te onderhouden. Af en toe werd dat geïnspecteerd en daarvan werd aantekening gemaakt in het zakboekje. Mobilisatie is voor Johan nooit meer aan de orde geweest. De ‘lastgeving’ (opkomst met spoed) en de bijbehorende vervoersbewijzen voor de trein zitten nog ongebruikt vastgehecht in het zakboekje.

zusterstraat194-2

Foto: Zusterstraat 194 Den Haag. Op de eerste etage woonde Johan van Zuthem. De middelste rode deur was de ingang.

Johan pakte het beroep van sigarenmaker weer op en hij ging bij een zogeheten ‘patroon’ (sigarenmakers baas) in Den Haag aan de slag. Kennelijk was het leven in Den Haag hem goed bevallen en had hij tijdens zijn dienst aldaar kennissen en vrienden opgedaan. Hij ging wonen aan de Zusterstraat 194 in Den Haag. Dit pand staat er nog steeds.

Omstreeks 1925 is Johan definitief teruggekeerd naar Kampen waar hij het beroep van sigarenmaker voortzette. Hij ging wonen aan de Vloeddijk 154. Zijn militaire uitrusting ging uiteraard mee naar Kampen. Hij kon tenslotte nog steeds gemobiliseerd worden. Ruim twintig jaar na zijn opkomst werd Johan van zijn militaire verplichtingen ontslagen. Op 1 oktober 1937 werd hem hiervoor een bewijs van ontslag toegezonden en kon het zakboekje definitief gesloten worden.

IMG_20150728_0001

Bewijs van ontslag Johan van Zuthem, 1937

(Deze bijdrage is geschreven door Johan Ekkel)

(1) Zie onder meer Aad Jongbloed, Voor koning(in) en vaderland, Dienstplicht door de jaren heen (Zutphen 1996) en van Arjan Kors met bijdragen van Steven Derix, ‘’t Is plicht dat ied’re jongen’. Geschiedenis van de dienstplicht in Nederland /(Utrecht 1996).

(2) Paul Hartman en Arthur ten Cate, Garde zonder grenzen, 175 jaar Grenadiers en Jagers (Den Haag 2004).

(3) L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 1. Voorspel (Den Haag 1969) 35-37.

De wezen Van Zuthem, deel 2

2015-07-08 12.50.12We hebben een nieuw aanknopingspunt ontdekt in de zoektocht naar de verblijfplaats van de jonge wees Herm van Zuthem in de periode november 1840 tot en met februari 1844. Zoals bekend werd deze zogeheten ‘onechte’ zoon van onze oudmoeder Hermina van Zuthem op 23 november 1840 officieel wees. Herm werd echter pas op 14 februari 1844 opgenomen in het armenweeshuis van Kampen. Waar hij in die tussenliggende periode van ruim drie jaar heeft gewoond, dat hebben we helaas nog altijd niet kunnen achterhalen.

In de eerdere bijdrage ‘De wezen Van Zuthem’ heb ik reeds geopperd dat de kleine Herm mogelijk is opgevangen door zijn grootmoeder Hendrikje(n) van Zuthem-Roest. Vraag is of dat dan in Kampen is gebeurd of in het Gelderse Oosterwolde, waar oma rond het overlijden van haar dochter waarschijnlijk nog altijd woonachtig was.

2015-07-08 14.11.11Inmiddels is duidelijk dat Hendrikje nauw betrokken was bij de zorg van haar kleinzoon. In een rekest d.d. 9 januari 1844 aan het College van Burgemeester en Wethouders van de stad Kampen staat namelijk dat de weduwe Van Zuthem ‘daarbij verzoekende dat haar kleinzoon genaamd Herm Jan van Zuthem oud negen jaren onecht kind van hare overleden Dochter in het Armen Weeshuis moge opgenomen worden’.

2015-07-08 14.12.40_2In hetzelfde ‘Register van notulen’ (Gemeentearchief Kampen (GAK), Archief van het stadsbestuur, nr. 158) kunnen we lezen dat een maand later, op 13 februari 1844, bekend werd gemaakt dat de ‘Heeren Regenten’ van dat gesticht hadden besloten het jongetje te willen opnemen. Wel verlangden zij een afschrift van de geboorteakte van Herm en een afschrift van de overlijdensakte van diens moeder Hermina. Een dag later werd Herm in het weeshuis ingeschreven.

DSC02062Het valt op dat Herm in het rekest niet langer alleen Herm wordt genoemd, maar hij nu ook de naam draagt van zijn in 1833 overleden grootvader Jan. Zowel in de geboorteaangifte bij de burgerlijke stand in april 1835 als ook in het doopregister van november 1839 staat echter enkel de naam Herm vermeld. Wellicht kwam de toevoeging ‘Jan’ van zijn grootmoeder, uit eerbetoon aan haar overleden man. Maar het is ook heel goed mogelijk dat zijn moeder Hermina hem ook al zo heeft genoemd. In het ‘Register van volkstelling van Wijk 1, 1839-1840’ (GAK, Archief van het stadsbestuur, nr. 1106.) dat vlak voor Hermina’s dood werd opgetekend, zien we namelijk ook de naam ‘Jan’ staan. De volksteller/notulist, die duidelijk moeite had met het spellen van de achternaam, moet een fout hebben gemaakt bij de leeftijd van de ongehuwde moeder of de ‘breidster’ Hermina moet bewust of onbewust verkeerde informatie hebben verschaft. Bij haar leeftijd staat namelijk 22 jaar, terwijl ze ten tijde van de volkstelling minstens drie jaar ouder was…

2015-07-08 12.49.53Hoe dan ook: Herm kwam dus met negen jaar in het armenweeshuis terecht. Vlak voor zijn veertiende verjaardag ging hij in de leer bij de schoenmaker Bos. Hij zou er al die jaren blijven werken. Veel verdiende hij er niet, maar dat gold voor nagenoeg alle uitbestede wezen. Op 1 mei 1856, hij was toen net 21 jaar oud geworden, verliet Herm het weeshuis.

2015-07-08 12.08.35Zijn latere vrouw Jannetje van der Weerd kende hij toen al jaren. Zij verliet op dezelfde dag als Herm het armenweeshuis en net als hij kreeg ook zij bij het afscheid een ‘vol uitzet’. Bij haar gegevens in het ‘stamboek der weeskinderen’ staat vermeld: ‘Dit kind is vanaf 14 febr. 1850 uitbesteed bij haare gehuwde zuster wegens zwak, en ziekelijk lichaamsgestel, tot en met 28 novb. 1850, en als toen uit huis verpleegd’. (GAK, Archieven der weeshuizen, Stamboek der weeskinderen, nr. 294-295.)

Jannetje en Herm trouwden op 5 mei 1859 in Kampen. Zij was toen 25 jaar oud, hij was 24. Samen kregen ze elf kinderen, waarvan er zeker vijf vroegtijdig overleden.

In een volgend bericht zullen we onder meer aandacht besteden aan het adres dat de heren H. en J. van der Weerd op 21 juni 1886 – dus reeds drie dagen na het overlijden van Herm – richtten aan het College van Burgemeester en Wethouders van de stad Kampen. Daarin verzochten zij als voogd en toeziend voogd de minderjarige kinderen Herm Jacobus, Antonie, Jannetje en Hermina, die respectievelijk 18, 13, 9 en 7 jaren oud waren, te laten opnemen in het Hervormd Armenhuis.

Wordt vervolgd

(Deze bijdrage is geschreven door Jonn van Zuthem)

*Met dank aan Joop Kroon, vaste bezoeker van en onderzoeker in het Gemeentearchief Kampen, die mij attendeerde op het rekest van de weduwe Van Zuthem aan het Kamper College van B&W en het besluit daarover.

Oproep: Jan van Arkel-werkgroep ‘Oral History” i.o. zoekt versterking

1932Wie kent ze niet? Verhalen van vroeger over bijzondere mensen, voorvallen, huizen, beroepen, bijnamen, etc., die je ooit eens hebt gehoord, maar die nog nooit op papier zijn gezet. Er zijn ouderen die daar heel goed over kunnen vertellen. Hun kennis zal echter grotendeels verloren gaan als de komende tijd die verhalen niet nauwkeurig worden vastgelegd. Zeker daar waar het de oorsprong en achtergronden van die verhalen betreft.

Een aantal leden van de Historische Vereniging voor de IJsseldelta ‘Jan van Arkel’ (www.hvjanvanarkel.nl) en mensen rond het Gemeentearchief Kampen hebben daarom het ambitieuze plan opgepakt om door middel van interviews bijzondere kennis van en inzichten over de geschiedenis van de IJsseldelta vast te gaan leggen. Deze werkgroep in oprichting zoekt leden die het team willen versterken en die het leuk vinden vraaggesprekken voor te bereiden, te houden en uit te werken.

Belangstelling? Neem dan contact op met de secretaris André Westendorp (info@hvjanvanarkel.nl) of met Jonn van Zuthem (jvanzuthem@hotmail.com).

‘… voorheen drankmisbruik en armoede, naderhand conservatisme en orthodoxie …’

0173André Troost van het Gemeentearchief Kampen heeft in het cultuurhistorisch jaarboek Kamper Almanak 2013 uitvoerig aandacht besteed aan de uitkomsten van het bevolkingsonderzoek dat mr. Samuel Richard Perrin in 1940 verrichtte in opdracht van de gemeente Kampen.[1] Het rapport ‘Bevolkingsopbouw der gemeente Kampen’ van de in 1910 in Kampen geboren Perrin, die in zijn geboortestad als advocaat en procureur werkzaam was, belandde uiteindelijk in een gemeentelijke bureaula.[2] Wellicht dat de Duitse bezetting – het rapport werd op 13 september 1940 aangeboden aan de Kamper gemeenteraad – een belangrijke oorzaak was om niets met de bevindingen te doen, maar dat is zeker niet de enige reden. De inhoud van het rapport viel duidelijk niet in goede aarde bij de representanten van het orthodox-protestantse volksdeel. En die hadden het sinds 1918 in de stad voor het zeggen.

Bekijken we de paragraaf ‘Godsdienstig aspect’ in Perrins rapport nader dan kunnen we ons bij de bezwaren van de zware geloofsbroeders wel het een en ander voorstellen. De opsteller van het stuk wond er namelijk geen doekjes om. Sommige passages in dit onderdeel van zijn studie zijn te mooi om de lezer te onthouden.

Perrin had alle Kamper predikanten schriftelijk verzocht een aantal vragen te beantwoorden. Slechts een deel van hen – drie hervormde, een doopsgezinde, een lutherse, alsmede de voorganger van de Israëlitische gemeente en een hervormde godsdienstonderwijzer – voldeed aan het verzoek, anderen (onder hen alle predikanten van de verschillende gereformeerde denominaties) antwoordden echter niet. Toch meende de opsteller enkele conclusies te kunnen trekken:

‘In de eerste plaats schijnt de godsdienstige belangstelling van de Kamper bevolking meer dan normaal te zijn, hetgeen niet zeggen wil zooals een briefschrijver mij opmerkte, dat de belangstelling voor godsdienstige vraagstukken, te weten, onderzoek en studie daarvan, normaal is te noemen.

In de tweede plaats wil het mij voorkomen, dat er te Kampen naar het gevoelen van de meerderheid wel een te strenge scheiding bestaat tusschen de godsdienstige groepeeringen. “Kampen vertoont in dit opzicht het beeld van alle steil-orthodoxe gemeenten in ons land”, aldus een der predikanten.

Het schijnt dus dat de puriteins-protestantsche richtingen te Kampen toonaangevend zijn, zooals de laatste volkstelling ook bevestigd heeft. Dit is te merkwaardiger omdat nog niet zoolang geleden het liberalisme, dat men althans hedentendage niet van godsdienstige overgevoeligheid kan verdenken, te Kampen grooten invloed had. Heeft er, zo kan men zich afvragen een verschuiving plaats gevonden, en zoo ja wat is hiervan de oorzaak geweest.

Zooals ik reeds eerder opmerkte was Kampen omstreeks 1870 na een tijd van vooruitgang feitelijk reeds op een terugtocht ofschoon de bevolking door een geboorte-overschot nog toenemende was. Nieuwe ideeën en bewegingen drongen toen echter slechts met moeite nog tot de stad door. Het leven van de arbeider bood weinig uitzicht op materieele welvaart. Armzalig en geisoleerd van streken waar men de polsslag van het leven feller voelde kloppen, waar een zelfbewuste arbeidersbeweging wortel begon te schieten, bleek de door een liberale groep beter gesitueerden geregeerde Kamper arbeidersklasse in hooge mate ontvankelijk te zijn voor de leerstellingen van het dogmatische christendom.’

2015-04-22 16.38.14_22015-04-22 16.39.12_2_2

Vervolgens verwijst Perrin naar enige antwoorden die de hervormde predikant Van Anrooij en de gereformeerde theoloog en antirevolutionair Tweede Kamerlid Noordtzij eind februari 1892 gaven in het verhoor van de enquêtecommissie die onderzoek deed naar de werkomstandigheden[3], en zet hij zijn betoog voort:

‘Met andere woorden: voorheen drankmisbruik en armoede, naderhand conservatisme en orthodoxie, afkeer van nieuwigheden. Het ligt voor de hand, dat dit conservatisme en deze neiging tot meer puriteinsche levensopvattingen op godsdienstig gebied nog sterker tot uiting kwamen in de Kamper samenleving toen de arbeidersklasse ook politiek mondig werd en het liberalisme te Kampen snel aan invloed afnam. Op onderwijsgebied kan men dit ook constateeren.

(…)

De orthodox-protestantsche richtingen voeren te Kampen den boventoon en zelfs bestaat er de neiging de meest rechtzinnige groepen te versterken ten koste van het links daarvan staande deel der bevolking. Dit blijkt ook uit de sterke toename van het ledental der Gereformeerde kerk en de afname van dat der Ned. Hervormde gemeente, terwijl de kleine Vrijzinnige groepen constant blijven of in omvang verminderen. Onder deze omstandigheden komt de vraag op of het godsdienstig leven te Kampen niet te eenzijdig is georienteerd en of den buitenstaander niet een afstootende werking uitoefent, indien hij toevallig een andere richting is toegedaan, dan die welke te Kampen overheerscht. Vooral voor intellectueelen, maar ook voor anderen, die afkomstig zijn uit streken waar de godsdienstige belangstelling misschien minder, doch het geestelijk leven levendiger en meer afwisselend is, kan men dit een bezwaar zijn om zich te Kampen thuis te gevoelen. Kampen is te klein, dan dat het splitsing in twee of meer werelden kan verdragen zonder daarvan schade te ondervinden. Juist in zo’n kleine plaats is verdraagzaamheid en een open oog voor de belangen van andersdenkenden meer dan ooit geboden.(…)’.

In de kantlijn schreef een van de lezers van het rapport: ‘is verdraagzaamheid monopolie van “links”? de geschiedenis wijst daar niet op (…)’. Helaas is niet bekend van wie deze opmerking afkomstig is, wellicht was het een van de confessionele stadsbestuurders die bepaalden dat het rapport – waarvoor in totaal duizend gulden was betaald – niet verder zou worden besproken en vervolgens dus in de bekende bureaula belandde.

In de bijlage met vragen en antwoorden staat een antwoord dat ook het vermelden meer dan waard is. Op de vraag ‘Wat is Uw algemeene indruk van het geestelijk en zedelijk peil der Kamper bevolking in vergelijking met andere plaatsen’ antwoordde de hervormde godsdienstleraar:

2015-03-09 12.31.23_2‘Mijn algemeene indruk van het geestelijk en zedelijk peil der Kamper bevolking in vergelijking met andere plaatsen valt niet onverdeeld ten gunste van de Kampenaren uit. Het laatst werkte ik in Friesland, in een streek, waar nauwelijks van kerkelijk godsdienstig leven sprake was, maar de oprechtheid liep daar minder gevaar dan in Kampen. Het valt me op, juist in tegenstelling met de Friezen, hoe weinig men aan kan op het woord van een Kampenaar. Bestellingen, afspraken worden niet nagekomen zonder opgaaf van reden. Over sexueele moraal durf ik geen oordeel uitspreken, aangezien ik hiervoor over geen enkele gegeven beschik.’

Wordt ongetwijfeld vervolgd!

Dit bericht is geschreven door Jonn van Zuthem

[1] André Troost, ‘Het gedegen bevolkingsonderzoek 1940 door Samuel Richard Perrin” een man met visie’, Kamper Almanak 2013, 30-38. Ook digitaal te bekijken: http://www.walkatearchief.nl/almanak.html

[2] En ligt het nu ter inzage in het Gemeentearchief Kampen, ‘Handsschriften betreffende Kampen’, 115-1, S.R. Perrin, Bevolkingsopbouw der gemeente Kampen, hs. 1940, 1 deel.

[3] Zie ‘Een sociale enquête’, in: Jeroen Kummer (red.), Geschiedenis van Kampen, deel 2 “Zij zijn Kampers…” (Kampen 2001) 226-227.

Opa en de zaklantaarn

63858_1_510_210_2Oproep: Johan Ekkel en ik zijn nu al weer een tijdje bezig met dit weblog en we hebben van onze volgers al veel leuke reacties mogen ontvangen. Het meest gelezen bericht is dat over ‘De merklap van Woltertje van der Snee uit 1853’ in de rubriek bijzondere voorwerpen. We willen graag meer van dit soort verhalen plaatsen waarin een bepaald ‘voorwerp’ centraal staat. Dat kan van alles zijn: bijvoorbeeld een oude hoed of een boek, maar ook een mooi beschreven herinnering aan een bepaalde plaats in huis of in Kampen is van harte welkom.

Johan zal binnenkort een foto maken van opa’s PTT-zaklantaarn die in onderstaand verhaal centraal staat. (Dit bericht betreft een aangepaste versie van het verhaal dat eerder op het weblog jonnvanzuthem is geplaatst.)

2000067Op de foto hiernaast onze opa Johan van Zuthem, tevreden rokend op het plaatsje achter zijn huis aan de Valkstraat 4 te Kampen. Dit is de man naar wie wij zijn vernoemd. Johan was een zachtaardige man, geen ruziemaker en zeker ook geen drinker. Hij was plichts- en gezagsgetrouw, zoals het mannenbroeders van zijn generatie betaamde.

Onze opa ging in 1944 als postbode werken voor de toen door de Duitse bezetters ‘verzelfstandigde’ PTT. Tot die tijd had Johan, die op 9 november 1897 in Kampen was geboren, de kost verdiend als sigarenmaker. Hij was dus al (bijna) 47 jaar toen hij deze opmerkelijke carrièreswitch maakte.

Voor Johan, die decennialang in vaak slecht geventileerde ruimtes lange werkdagen had gemaakt, ging er een wereld open. Als postbode werkte hij voortaan meestentijds in de buitenlucht en zat hij dagelijks op de fiets. Zijn nieuwe professie was alleen al om de lichaamsbeweging aanzienlijk gezonder dan het zittend fabriceren van sigaren.

Kort na de bevrijding, de PTT was inmiddels weer officieel een staatsbedrijf geworden, kreeg hij een nieuwe zaklantaarn. Postbodes moesten immers ook in het donker de namen en adressen op brieven en poststukken kunnen lezen. Nu waren zaklantaarns, zoals nagenoeg alle (luxe)goederen, na de oorlog schaars. Johan had er bij vergissing niet één, maar twee gekregen en had daarover tegen zijn leidinggevenden niets gezegd. Trots liet hij thuis de zaklantaarn zien die hij voor privédoeleinden wilde gebruiken. ‘Schaam ie oe niet?’ (of woorden van die strekking) was naar verluidt de reactie van zijn vrouw ‘Rieke’. Ook al had onze oma niets gezegd, haar blik alleen al zal boekdelen hebben gesproken.

Het zat hem toch niet lekker. ’s Avonds, toen het donker was, is hij met de zaklantaarn richting het Kamper postkantoor gelopen. Daar aangekomen heeft hij deze over de muur van de binnenplaats gegooid. Enigszins opgelucht keerde hij vervolgens huiswaarts.

Update: dit is de zaklantaarn die opa jarenlang heeft gebruikt om in het (schemer)donker de adressen op brieven en poststukken te kunnen lezen. De lamp die hij over de muur van de binnenplaats heeft gegooid, zal de val waarschijnlijk niet helemaal hebben overleefd. De zaklantaarn is tegenwoordig in het bezit van Johan Ekkel. Hij heeft ook de foto’s gemaakt.

DSCN1878DSCN1879

klassenfoto Kamper Ambachtsschool ‘fijnbankwerker / elektricien’

IMG_20150123_0005Een paar weken geleden kreeg ik in het Gemeentearchief Kampen van Kees Schilder deze foto van leerlingen van de afdeling ‘fijnbankwerken/elektricien’ van de Kamper Ambachtsschool. Op de foto, die omstreeks 1950 moet zijn gemaakt, staat naast Kees (nr. 13) onder anderen ook mijn vader Dirk van Zuthem (nr. 10).

IMG_20150123_0005_2De jongens moeten omstreeks 1937 zijn geboren. De meeste namen kan Kees zich nog herinneren, behalve die van nummer 14 en die van het jongetje ernaast (uiterst rechts). Wie kan ons verder helpen?’